|
Dag 13, woensdag 17 september.
Zion NP - Las Vegas, 175 mile.
Voordat we vertrekken gooien we de afval tanks leeg en vullen water bij
op het dumpstation van de campground. We tanken in Springdale, een dorpje
nčt buiten Zion NP. Deze weg is niet zo spectaculair als de oost-ingang
waar we een paar dagen geleden gearriveerd zijn. De weg is wel redelijk
snel, binnen een uur zitten we op de Interstate 15 richting Las Vegas.
We gaan vanaf Utah via Arizona naar Nevada, en al bij het binnen rijden
van deze staat wordt door middel van reclame borden het gokparadijs aangekondigd.
Dwars door de woestijn rijden we en ook al rijden we toch nog 75 mph, we worden regelmatig
ingehaald door enorme Amerikaanse trucks.
Aan de horizon zien we Las Vegas verschijnen, het wordt steeds drukker en
drukker en uiteindelijk rijden we bij de Las Vegas Speedway de stad in.
We volgen borden Downtown maar dat blijkt niet juist - dit is het oude gedeelte,
en niet 'the Strip'. Na wat zoeken vinden we in het drukke stadsverkeer
'Circus Circus', achter dit hotel ligt de enigste RV-park aan deze beroemde
straat. Samen met het hotel in LA is dit het enigste wat we van te voren
hebben gereserveerd - en dat blijkt ook nodig te zijn.
Jannie stelt voor om nu gelijk de straat op en neer te rijden, een goed
idee! In het daglicht valt het allemaal een beetje tegen - de enorme variëteit
aan hotels doet rommelig aan en van alle kanten schreeuwen de reclameborden
om aandacht. Toch is het erg leuk om al de beroemde hotels nu in het echt
te zien, het zijn dorpen op zich, met gemiddeld zo'n 2000 kamers per hotel!
's Avonds eten we in Circus Circus en gaan een stukje wandelen. Als de zon
onder is wordt het behaaglijk. De meeste tijd brengen we door in 'the Venetian',
waar Venetië is getracht na te bouwen. Dat is redelijk gelukt - zo waan
je je (binnen) lopend door de straten onder een blauwe hemel, en is het
Marco Polo plein weer sfeervol schemerig. Na een vulkaan uitbarsting aan
de overkant van de straat bij 'the Mirage' gaan we weer richting de koele
camper - we zijn allebei erg moe.
|